zondag 31 maart 2013

HET OPZET

Er is een grote taalhistorische verwantschap tussen het Duits en het Nederlands enerzijds en tussen het Nederlands en het Afrikaans anderzijds.

Het opzet van deze blog is in de eerste plaats een neerslag te kunnen zijn van mijn persoonlijke ontdekkingstocht en mijn daaruit voortspruitende bevindingen naar en over de lexicologische en grammaticale banden en verbanden tussen het (huidige) Nederlands en het (huidige) Afrikaans. Ik stel hierbij ook als doel op zoek te gaan naar herkenbare en hanteerbare 'mechanismen' om vanuit het lexicon en de grammaticale structuur van het Nederlands 'rechtstreeks' over te gaan naar het lexicon en de grammaticale structuur van het Afrikaans, m.a.w. te onderzoeken hoe en in welke mate het mogelijk is om vanuit de kennis en de beheersing van de Nederlandse taal een 'voorspelbare' omzetting te realiseren naar een evenwaardige of een zo evenwaardig mogelijke kennis en beheersing van het Afrikaans. De omgekeerde beweging is uiteraard ook mogelijk maar is taalhistorisch niet enkel veel minder evident maar ook een heel stukkie lastiger, m.a.w. het zal voor iemand wiens moeder- of gemeenschapstaal het Afrikaans is veel moeilijker zijn om 'mechanismen' te vinden die hem in staat stellen om vanuit het lexicon en vooral vanuit de grammaticale structuur van het Afrikaans een 'voorspelbare' omzetting naar het (huidige) Nederlands te realiseren. Desalniettemin kunnen mijn hier aangekondigde ontdekkingstocht en mijn bevindingen inzake mechanismen die kunnen helpen om vanuit het Nederlands 'voorspelbaar' over te stappen naar het Afrikaans, allicht ook van enig nut zijn voor hen die het Afrikaans als moeder- of gemeenschapstaal hebben en die geïnteresseerd zijn om vanuit het Afrikaans een - zij het veel minder voor de hand liggende - stap te doen naar de kennis en de beheersing van de Nederlandse taal en - bij uitbreiding - van de Duitse taal.

In tweede orde beoog ik hier ook om mijn persoonlijke bevindingen neer te zetten aangaande sommige aspecten van de (nauwe) taalhistorische verwantschap tussen het Nederlands en het Duits en omtrent markante lexicologische, etymologische en grammaticale (met inbegrip van fonetische/fonologische aspecten) gelijkenissen, parallellen en verschillen tussen de (evolutie van de) Nederlandse taal en de (evolutie van de) Duitse taal.

Bovendien is het mijn bedoeling om - waar het mij gepast voorkomt of van pas komt - dit alles zoveel als mogelijk te kaderen binnen het globale, mondiale spectrum van alle door de mens gesproken en communicatief gebezigde talen en hun respectieve specifieke kenmerken die hen onderling onderscheiden of lijken te onderscheiden. Het menselijk vermogen om klanken voort te brengen en te combineren in een betekenisdragend systeem is enerzijds complex en 'oneindig' variabel maar tegelijk ook universeel menselijk. Uiteindelijk beogen en dienen alle mensentalen hetzelfde doel: functioneel en existentieel communiceren in een bepaald, leefbaar groepsverband, in een leefbare gemeenschap, in een bepaalde cultuur. Men zou het de speerpunt maar ook de Achillespees van de menselijke 'cultuur' of - veel juister en wezenlijker - van de menselijke culturen kunnen noemen.

Dit lijkt me meteen een geschikt aanknopingspunt om hier af en toe ook aandacht te schenken aan de invloed of druk die talen (culturen) op elkaar kunnen uitoefenen en op de positieve maar zeker ook op de negatieve en zelfs destructieve effecten die een bepaalde taal (cultuur) hierdoor kan ondergaan, vooral indien één bepaalde taal neigt te evolueren naar een wereldwijde dominantie die alle andere talen (culturen) onder levensbedreigende druk zet waardoor de menselijke communicatie niet bevorderd maar juist grondig verstoord en gestoord wordt en een wezenlijke bedreiging vormt voor de verscheidenheid én de leefbaarheid van de menselijke culturen, in ultimo van de menselijke 'cultuur'. Daarom zal ik hier ook mijn persoonlijke bevindingen en bedenkingen ventileren over hoe en in welke mate het Duits, het Nederlands en het Afrikaans onderhevig zijn aan de (negatieve) invloed en de druk van andere talen en meer specifiek van het wereld overspoelende 'mondiale' Engels en hoe die talen (culturen) daar respectievelijk mee omgaan, aan weerstaan dan wel daar dreigen aan kapot, in ultimo ten onder te gaan. Die invloed, druk en dus ook de weerstand is voor de ene taal (cultuur) al groter dan voor de andere en dit is - in omvang en gewicht - zeker het geval ten aanzien van het Afrikaans. Daarom alleen al is de evolutie, de stand van zaken, de reactie en de aanpak ter zake binnen de Afrikaanstalige gemeenschap (cultuur) een hoogst interessant en belangrijk gegeven dat zowel voor de Nederlandstalige gemeenschap (cultuur) als voor de Duitstalige gemeenschap (cultuur) als een knipperlicht kan fungeren maar tegelijk ook een lichtend voorbeeld kan zijn.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen